Kennisring recht en regel
Spring naar de tekst | Spring naar zoek | Spring naar het hoofdmenu | Kies een ander domein |

printen verzenden naar bookmarken

Levensloop en spaarloon

Inleiding   |   Sparen voor verlof   |   Levensloop of spaarloon?   |   Uw inkomen   |   Aanvragen

Inleiding

Wat is de levensloopregeling?

Meer tijd voor uzelf: een opleiding, hobby, de kinderen, een (studie-)reis, een boek schrijven, eerder stoppen met werken... Om u in staat te stellen verlof op te nemen op een door uzelf gekozen moment, is er de levensloopregeling. De hoofdpunten:

  • Met de levensloopregeling kan iedere werknemer sparen voor verlof.
  • U spaart van uw brutoloon; pas bij opname van uw tegoed betaalt u loonbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. De werknemerspremies betaalt u wel direct bij de inleg.
  • Het voor de levensloopregeling ingehouden loon wordt overgemaakt naar een geblokkeerde rekening. Of het wordt als premie gestort bij een verzekeraar voor een levensloopverzekering.
  • Met uw werkgever kunt u afspreken om niet-opgenomen vrije dagen of niet-uitbetaalde uren om te zetten in geld dat ingelegd wordt op uw levensloopspaarrekening.
  • Het per jaar maximaal te sparen bedrag is 12% van het brutojaarloon (inclusief vakantiegeld). Was u op 1 januari 2005 ouder dan 50 jaar, dan mag u meer sparen, en dus sneller. In totaal mag u maximaal 2,1 bruto jaarloon bij elkaar sparen. Neemt u (een deel van uw) verlof op, dan mag u daarna weer sparen tot maximaal 2,1 bruto jaarloon.
  • Het verlof neemt u op in overleg met uw werkgever.
  • Als u deelneemt aan de levensloopregeling, bouwt u een heffingskorting inkomstenbelasting op: de 'levensloopverlofkorting'. Deze is maximaal € 199 (bedrag 2010) voor ieder jaar dat u gespaard hebt. Deze vermindering van uw inkomstenbelasting krijgt u als u (een deel) van uw verlof opneemt.
  • Neemt u deel aan de levensloopregeling en neemt u ouderschapsverlof op, dan hebt u recht op ouderschapsverlofkorting.
  • Het is toegestaan om uw tegoed voorafgaand aan het ouderdomspensioen te gebruiken voor vervroegd pensioen.
  • Hebt u op het moment dat u 65 wordt nog tegoed over, dan wordt dit ineens uitgekeerd, zodat u er ook ineens loonbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over betaalt. De opgebouwde levensloopverlofkorting wordt ook uitgekeerd. Hebt u een pensioengat? Dan kunt u het levenslooptegoed ook toevoegen aan uw aanvullend pensioen. In dat geval wordt de levensloopverlofkorting niet uitgekeerd.
  • Tegoeden die u hebt in een verlofspaarregeling kunnen eventueel worden omgezet in tegoeden levensloopregeling. Het verlofspaartegoed telt mee voor het maximale levenslooptegoed.
  • De spaarloonregeling blijft bestaan. U kunt in één kalenderjaar niet tegelijkertijd aan de spaarloonregeling en de levensloopregeling meedoen. U kunt elk jaar opnieuw een keuze maken. 
  • Wanneer u een beroep moet doen op bijstand van de gemeente, blijft het tegoed op uw levenslooprekening buiten beschouwing. Uw spaarloontegoed telt wel mee voor het vermogen.

De fiscale ondersteuning van VUT en prepensioen blijft alleen bestaan voor mensen die vóór 1 januari 1950 zijn geboren. Voor wie jonger is, is de premie niet meer aftrekbaar, behalve voor wie 40 jaar heeft deelgenomen aan een pensioenregeling. Een prepensioenuitkering wordt echter niet belast; de aanspraken die zijn opgebouwd, blijven staan onder de oude voorwaarden.



datum laatste wijziging: 23 december 2009

Voor wie is de levensloopregeling?

Levensloopsparen is een vorm van verlofsparen die toegankelijk is voor iedere werknemer. Een werknemer is iemand die bij een werkgever in loondienst is of iemand die als ambtenaar aangesteld is.
U hebt voor deelname geen toestemming van uw werkgever nodig. Uw werkgever kan belastingvrij bijdragen aan de spaarregeling. Hij mag in ruil daarvoor geen voorwaarden stellen aan de opname van verlof.
Op het moment dat u verlof wilt opnemen, moet uw wel even overleggen met uw werkgever. Gaat het om wettelijke vormen van (onbetaald) verlof, zoals ouderschapsverlof en zorgverlof, dan mag uw werkgever u dit verlof niet weigeren. Afhankelijk van waar u werkt, kan toestemming van uw werkgever krijgen voor niet-wettelijk geregelde verlofvormen makkelijker of moeilijker zijn. Over het algemeen zal gelden: hoe groter het bedrijf, hoe gemakkelijker een verlofperiode te regelen is.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

Wat gebeurt er met de verlofspaarregeling?

Op 1 januari 2006 is de verlofspaarregeling opgegaan in de levensloopregeling. Van werknemers die bij hun werkgever deelnamen aan een verlofspaarregeling, kan het spaartegoed overgeboekt zijn naar de levenslooprekening. Spaartegoed in tijd moet voor de levensloopregeling eerst in geld worden omgezet.

Als uw werkgever toestaat dat u uw verlofspaartegoed later gebruikt voor verlof, dan kunt u het ook gewoon laten staan. Net als met levenslooptegoed het geval is, is het fiscaal onvoordelig om uw verlofspaartegoed ineens te laten uitkeren.

Let op: uw verlofspaartegoed telt mee voor het maximum te sparen bedrag in de levensloopregeling. Ook als u uw tegoed op uw verlofspaarrekening laat staan.

Verschil tussen verlofspaarregeling en levensloopregeling
De levensloopregeling is een uitbreiding van de verlofspaarregeling. Alle werknemers kunnen nu fiscaal vriendelijk sparen uit het brutoloon. De verlofspaarregeling was voorbehouden aan werknemers van wie de werkgever de regeling aanbood. Een verschil met verlofsparen is dat u bij de nieuwe levensloopregeling níet in tijd kunt sparen. Maar u kunt wel vragen of u vakantiedagen in geld uitbetaald kunt krijgen, en zo via een omweg in tijd sparen. In de levensloopregeling mag u per jaar 2% meer sparen van uw bruto-jaarsalaris dan in de verlofspaarregeling, namelijk 12% in plaats van 10%. U mag ook voor een langere verlofperiode sparen. In de verlofspaarregeling is het maximum een jaar verlof, in de levensloopregeling is dit ruim twee jaar.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

naar boven

Sparen voor verlof

Voor welke vormen van verlof kan ik sparen?

U mag in principe zelf bepalen voor welke verlofvorm u levensloopverlof opneemt en voor hoe lang. Verlof voor een tijdje ertussenuit of verlof als prepensioen.
Wettelijk geregelde verlofvormen, zoals ouderschapsverlof en langdurend zorgverlof (zie Wet arbeid en zorg), mag uw werkgever u niet weigeren. Maar hij mag wel van u vragen om uw verlof wat anders in te delen, bijvoorbeeld minder verlofuren maar over een wat langere tijd verspreid.
Voor niet-wettelijke verlofvormen, zoals een sabbatical, kunnen werkgevers eigen regels hanteren. Het hangt af van de organisatie of er veel mogelijkheden zijn voor verlof. In verschillende cao's staan afspraken over de levensloopregeling. Bijvoorbeeld wanneer een werknemer zijn werkgever uiterlijk moet laten weten dat hij verlof op wil nemen. Sommige werkgevers bieden een collectieve levensloopregeling aan voor vervroegde pensionering.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

Van brutoloon naar levenslooprekening

In de levensloopregeling spaart u uit uw brutoloon. Loonheffing vindt pas plaats bij opname van het verlof. Wel betaalt u werknemerspremies over de inleg. Een eventuele WW-, ZW-, of WIA-uitkering wordt dan ook gewoon over uw hele brutosalaris (inclusief de inleg) berekend. U betaalt geen vermogensrendementsheffing over het tegoed op de levenslooprekening.

Een extra fiscaal voordeel is de levensloopkorting die u bij opname ontvangt voor ieder jaar waarin u gespaard hebt. De levensloopkorting is een heffingskorting: een korting op de te betalen belasting. De levensloopkorting bedraagt € 199 (2010) per gespaard jaar. De levensloopkorting kan aardig oplopen na een aantal jaar levensloopsparen. Voor wie ouderschapsverlof opneemt, is er daarnaast een aparte ouderschapsverlofkorting van maximaal € 703,80 per maand (bij voltijd verlof). Dit is de helft van het actuele minimumloon.
Verschillende werkgevers dragen (belastingvrij) bij aan de levensloopregeling, bijvoorbeeld met een deel van het brutojaarloon of een vast bedrag per werknemer. Het is ook mogelijk dat een werkgever aan werknemers met een lager loon een hoger percentage van het salaris overmaakt, en aan werknemers met een hoger loon een lager percentage. Zo wordt de levensloopregeling betaalbaarder voor mensen met een lager inkomen.



datum laatste wijziging: 23 december 2009

Voor hoeveel verlof kan ik sparen?

Er zijn twee grenzen aan het verlofsparen.

U mag in totaal maximaal 210% van uw bruto jaarloon inleggen. Ofwel 2,1 jaar verlof met volledige doorbetaling van uw loon (of langer tegen een kleiner deel van uw loon). Bij het bepalen van de hoogte van 210% bruto jaarloon wordt steeds gekeken naar het loon van het voorgaande jaar. Na het maximale gespaard te hebben en een deel van uw levenslooptegoed gebruikt te hebben, mag u steeds opnieuw aanvullen tot 210%. Wie de 210% bereikt heeft, mag niet meer bijsparen. Wordt er teveel ingelegd dan moet het teveel worden teruggestort en (na inhouding van loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) als gewoon loon worden uitbetaald. Rendementen op het spaargeld mogen nog wel bijgeschreven worden. Zodoende kan het totaal dan toch boven de 210% komen.

Per jaar mag u maximaal 12% van uw actuele bruto jaarloon sparen. Wordt er teveel ingelegd of daalt uw loon in een bepaald jaar, en hebt u daardoor meer dan 12% van uw loon gespaard, dan moet het teveel worden teruggestort en (na inhouding van loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) als gewoon loon worden uitbetaald.

Voor oudere werknemers met een loondaling is er een overgangsregeling.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

Hoeveel verlof kan ik sparen bij een onregelmatig inkomen? (klik voor meer)

Per jaar mag u niet meer sparen dan 12% van uw huidige salaris. Als u in een kalenderjaar meer hebt gespaard, moet het teveel gespaarde bedrag worden teruggestort en (na inhouding van loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) als gewoon loon worden uitbetaald.
Het maximum te sparen bedrag in de levensloopregeling is 210% van het brutojaarsalaris in het voorgaande jaar. Als u al een tijdje spaart en in dit voorgaande jaar veel minder verdiend hebt dan normaal, kan het gebeuren dat u opeens de maximumgrens van 210% hebt overschreden. Het teveel mag u dan laten staan, maar verder sparen kan niet meer (totdat uw salaris stijgt en er weer ruimte ontstaat om bij te sparen).



Hoeveel verlof kan ik sparen als ik minder ga verdienen voor mijn pensioen? (klik voor meer)

Wie voorafgaand aan zijn of haar (vervroegde) pensionering minder gaat werken en verdienen, hoeft zich over zijn inleg voor de levensloopregeling geen zorgen te maken. Als u het aan het einde van uw loopbaan wat rustiger aan wilt gaan doen, kunt u toch het maximale deel van 12% van uw oorspronkelijke loon blijven sparen. Voorwaarde is dat de loondaling niet eerder ingaat dan 10 jaar voor uw pensioenleeftijd (zoals deze in uw pensioenregeling vermeld staat; meestal is dat 65 jaar - dus het gaat hier dan om uw 55ste). En dat u minimaal 50% van uw oorspronkelijke uren blijft werken.
Als uw loon in een bepaald jaar om andere redenen daalt en u daardoor meer hebt gespaard dan 12% van uw jaarloon, moet uw werkgever het teveel terugstorten op uw salarisrekening. Op dit bedrag houdt uw werkgever dan loonheffing en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in.



Overgangsregeling levensloop oudere werknemers (klik voor meer)

Bent u op 1 januari 2006 51 jaar maar niet ouder dan 56 jaar? Dan mag u jaarlijks meer dan 12% van uw brutoloon sparen. U valt net buiten de leeftijdsgroep van werknemers voor wie de fiscale voordelen bij VUT-en prepensioenregelingen blijven bestaan. Om toch genoeg te kunnen sparen voor vervroegd pensioen, mag u daarom meer sparen in de levensloopregeling.



Hoe lang moet ik sparen voor levensloopverlof?

Om het maximale levenslooptegoed bij elkaar te sparen (2,1 jaarloon), moet u bij een gelijkblijvend salaris ruim 17 jaar lang de maximale inleg (12% van uw brutoloon) sparen. Neemt u genoegen met 70% van uw laatste salaris, dan kunt u daarmee zo'n drie jaar eerder met pensioen.
Wie 3 maanden met verlof wil tegen volledige loondoorbetaling, moet daarvoor zo'n twee jaar de maximale inleg sparen.
Hoe lang u precies moet sparen, hangt af van een aantal factoren, zoals:

  • uw salaris (stijgt dat in de loop der tijd of is het sterk wisselend; kunt u makkelijk toe met een (veel) lager loon of lukt dat niet?);
  • hoeveel levensloopkorting u opbouwt (dat hangt er weer vanaf hoe lang u spaart);
  • waarvoor u verlof wilt opnemen (bij ouderschapsverlof kunt u een extra heffingskorting krijgen);
  • of uw werkgever bijdraagt (en zo ja hoeveel?);
  • uw leeftijd (wie op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar was, mag extra sparen);
  • het rendement op de levenslooprekening.

Wilt u precies weten hoe lang u moet sparen voor het verlof dat u in gedachten hebt, dan kunt u dat op verschillende websites berekenen. Bijvoorbeeld bij banken die een levensloopregeling aanbieden, of op www.spaarvooruwverlof.nl, een site van het Ministerie van SZW.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

naar boven

Levensloop of spaarloon?

Kiezen voor levensloopregeling of spaarloon

U mag niet tegelijkertijd aan de spaarloon- en de levensloopregeling meedoen. U moet kiezen. U kunt wel uw spaarloon- en levenslooprekening naast elkaar behouden. Ook is het mogelijk om in hetzelfde jaar uit beide regelingen geld op te nemen.
Ieder jaar mag u opnieuw een keuze maken: levensloop, spaarloon of geen van beide. Wat zijn voor- en nadelen van beide regelingen? Hoe kunt u het best sparen voor verlof of vervroegd pensioen? De belangrijkste kenmerken van beide regelingen kunnen u helpen bij het maken van een keuze:

  • Het spaarloon wordt ook bij uitkering niet belast en is daarom gunstiger dan de levensloopregeling. Maar de levensloopregeling heeft specifieke belastingvoordelen, zoals de levensloopverlofkorting;
  • In de levensloopregeling mag u meer sparen dan in de spaarloonregeling;
  • Spaarloon mag u, als het vrijvalt, overal voor gebruiken, levenslooptegoed alleen voor verlof.


datum laatste wijziging: 19 januari 2009

Fiscale voordelen van spaarloon en levensloopregeling (klik voor meer)

Bij spaarloon spaart u uit uw brutoloon, helemaal belasting- en premievrij. Ook het spaarbedrag dat na vier jaar vrijvalt, wordt niet belast. Als u werkloos of arbeidsongeschikt zou worden, dan wordt de WW- of WIA-uitkering berekend met uw salaris min het spaarloon.
Bij de levensloopregeling spaart u ook belastingvrij uit uw brutoloon. Maar over het bedrag dat u maandelijks spaart, worden wel werknemerspremies geheven. Voordeel daarvan is dat uitkeringen zoals een WW-uitkering of WIA-uitkering niet over een lager salaris berekend worden en dus niet lager uitvallen, zoals dat bij spaarloon het geval is.

Over het tegoed op uw levenslooprekening betaalt u geen vermogensrendementsheffing (box 3). Spaarloon telt pas mee voor deze heffing als het is vrijgevallen. Vermogensrendementsheffing wordt overigens pas geheven over vermogen boven de € 20.661 (in 2010), dus dit zal niet voor iedereen een rol spelen.

Op het moment dat u levenslooptegoed opneemt, betaalt u er inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over. Hier staat tegenover dat u bij de opname van (een deel van uw) levenslooptegoed een heffingskorting ontvangt van € 199 (in 2010) per gespaard jaar. Voor de volledige heffingskorting moet u in een jaar wel minimaal € 199 opnemen, anders ontvangt u maximaal het bedrag dat u opneemt. De levensloopverlofkorting mag ook via de belastingaangifte van uw partner verrekend worden.

Let op bij ouderschapsverlof. Naast de levensloopverlofkorting is er een heffingskorting bij opname van ouderschapsverlof, de ouderschapsverlofkorting: U krijgt u over de verlofperiode een belastingkorting van maximaal de helft van het wettelijk minimumloon. 

Werkgevers leveren soms een bijdrage aan de levensloopregeling. Zij kunnen dat belastingvrij doen. Bij het spaarloon is dit niet het geval, daarbij geldt een belastingheffing van 25%.



Regels voor sparen binnen levensloop- en spaarloonregeling (klik voor meer)

Spaarloon is aan een jaarlijks maximum gebonden van € 613 netto per jaar, ruim € 51 per maand. Voor sparen voor vervroegd pensioen bijvoorbeeld zet dat niet zoveel zoden aan de dijk.


U mag, als u het zich kunt veroorloven, 12% van uw brutoloon op uw levenslooprekening laten bijschrijven. Via de levensloopregeling mag u doorsparen tot u in totaal 2,1 brutojaarsalaris bij elkaar hebt. Hier moet u wel een tijdje voor sparen... (ruim 17 jaar als u steeds het maximum van 12% spaart).
Wie meer dan de wettelijk voorgeschreven vrije dagen heeft, kan zijn werkgever vragen om vakantiedagen uit te keren en te storten op de levenslooprekening.



Bestedingsmogelijkheden spaarloon en levenslooptegoed (klik voor meer)

Spaarloon dat na vier jaar vrijvalt, kunt u overal voor gebruiken. Voor sommige bestemmingen (eigen huis, eigen zaak, onbetaald verlof, kinderopvang) mag u uw spaarloon eerder opnemen.
Levenslooptegoed mag u alleen gebruiken voor de financiering van verlof. Daarnaast kan levenslooptegoed alleen worden uitbetaald als u een arbeidsovereenkomst hebt. Hebt u nog levenslooptegoed staan op het moment dat u 65 wordt? Dan krijgt u het bedrag ineens uitgekeerd en betaalt u er veel loonbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over. Maar ook de opgebouwde levensloopkorting wordt ineens uitgekeerd.
Als u het levenslooptegoed om een andere reden ineens laat uitkeren, zonder dat u verlof opneemt, hebt u géén recht op levensloopkorting. Niet alle uitvoerders van de levensloopregeling zullen overigens toestaan dat u levenslooptegoed opneemt zonder verlof.



naar boven

Uw inkomen

Uw inkomen tijdens levensloopverlof

Maandelijks maakt uw werkgever het afgesproken bedrag van uw levenslooprekening aan u over. Premies volksverzekeringen (loonbelasting) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) worden hierop ingehouden. Uw werkgever vergoedt u die ZVW-bijdrage. Naast uw tegoed ontvangt u voor ieder jaar dat u gespaard hebt levensloopverlofkorting. Neemt u maar een deel van uw tegoed op, dan ontvangt u toch voor ieder jaar dat u gespaard hebt uw levensloopkorting. Is het bedrag dat u opneemt lager dan het totaal aan levensloopverlofkorting, dan mag u deze heffingskorting middelen over de belasting van drie jaar (al dan niet samen met uw eventuele fiscale partner).

Uw inkomen tijdens (deels) onbetaald verlof, mag u met levenslooptegoed maximaal aanvullen tot 100% van het salaris in de maand direct voorafgaand aan uw verlof. Sommige werkgevers betalen gedeeltelijk het loon door bij bijvoorbeeld ouderschapsverlof (ook dat mag u dan met levenslooptegoed aanvullen tot 100% van uw loon). Of uw werkgever (gedeeltelijk) doorbetaalt bij verlof, kunt u terugvinden in de cao.

Als u deelneemt aan de levensloopregeling en ouderschapsverlof opneemt, ontvangt u naast levensloopverlofkorting bovendien ouderschapsverlofkorting. U moet hiervoor in het jaar waarin u met ouderschapsverlof gaat, sparen voor de levensloopregeling.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

Sociale zekerheidsrechten tijdens verlof

Bij een betaald verlof hebt u dezelfde rechten als wanneer u werkt. Wordt u bijvoorbeeld ziek, dan krijgt u uw loon doorbetaald. Bij een onbetaald verlof, zoals levensloopverlof (dit is onbetaald, ook al ontvangt u via uw werkgever levenslooptegoed), gelden andere regels.

Ziektekostenverzekering:
Ook tijdens een periode van levensloopverlof bent u verplicht verzekerd voor de Zorgverzekeringswet. Op het levenslooptegoed houdt uw werkgever inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor u in.

Ziekte:
Wordt u ziek tijdens uw onbetaald deeltijdverlof, dan betaalt uw werkgever alleen het loon door dat u in de verlofperiode verdient.
Bij ziekte tijdens onbetaald volledig verlof, ontvangt u geen loon. Na afloop van het verlof krijgt u uw loon weer volledig doorbetaald, ook als u nog ziek bent (uw werkgever is dan verplicht om uw loon door te betalen). Wie met onbetaald verlof gaat, kan zich vrijwillig verzekeren voor de Ziektewet.

Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid:
Het verlof heeft geen nadelige gevolgen voor de hoogte van uw dagloon en dus ook niet voor uw WW of WIA-uitkering als u werkloos of arbeidsongeschikt zou worden. Een arbeidsongeschiktheidsuitkering kan pas na afloop van het onbetaald verlof ingaan. Wie tijdens het verlof werkloos wordt (bijvoorbeeld als de werkgever failliet gaat), heeft wel per direct recht op een WW-uitkering. Het onbetaald verlof eindigt dan. 

Pensioen:
Gevolgen van onbetaald verlof voor uw aanvullend pensioen zijn niet wettelijk geregeld, maar per cao. Het is verstandig om hiernaar te vragen bij uw werkgever of uw pensioenuitvoerder. U kunt dan besluiten of het nodig is om zelf iets te regelen.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

naar boven

Aanvragen

Hoe meld ik mij aan voor de levensloopregeling?

Meedoen aan de levensloopregeling is eenvoudig. Bij veel banken en verzekeringsinstellingen kunt u sparen voor de levensloopregeling. Uw werkgever zal op uw verzoek maandelijks een deel van uw brutosalaris op uw levenslooprekening storten of een bedrag overmaken naar de levensloopverzekering die u hebt afgesloten. Er zijn ook werkgevers die collectieve regelingen hebben afgesloten met banken of verzekeringsmaatschappijen, en daardoor een levensloopregeling met een hoog rentetarief hebben bedongen. Informeer hiernaar bij uw werkgever. Lijkt de collectieve regeling u niets, dan hoeft u daar niet aan mee te doen, maar opent u gewoon zelf een levenslooprekening.



datum laatste wijziging: 4 februari 2009

naar boven